Relevantie

Relevantie

Inleiding

Het onderzoek naar jaren-70 centra beslaat een kwantitatieve inventarisatie van jaren-70 centra in Nederland waarna een representatieve selectie is gemaakt van 5 centra die onderzocht zijn naar geschiedenis, eigendomsverhoudingen en huidige staat. Daarna is een diagnose gemaakt van de verschillende centra waarop oplossingen zijn ontworpen. Hiermee wordt gepoogd inzicht te krijgen in de knelpunten en potenties van deze centra.

Met een jaren-70 centra wordt bedoeld het deel van een jaren-70 woonwijk waar naast wonen een andere functie te vinden is. Voornamelijk zijn dat winkels maar ook kantoren en sociale functies kunnen tot een centrum behoren. Deze combinatiefuncties zijn meestal gestapeld en liggen meestal in het midden van de wijk. Met de jaren-70 wordt het tijdsvak tussen 1970 en 1985 aangegeven. Deze tijdspanne wordt aangehouden in voorgaande onderzoeken naar jaren-70 bloemkoolwijken en lijkt een logisch ijkpunt.

Na een visuele inventarisatie van de 50 grootste gemeenten van Nederland en de zogenoemde 'groeikernen' zijn 113 centra in jaren-70 wijken geïdentificeerd. Dit aantal is teruggebracht door centra met te weinig woningen of met een te beperkt winkelaanbod uit te sluiten. Tot slot zijn vijf centra overgebleven die voldeden aan bovengenoemde eisen en duidelijk ontwerpkenmerken dragen van jaren-70-architectuur.

De selectie:

  • De Donk in Breda, 1981: aantal wo.: 97, opp. winkels: 2.800 m2
  • De Terp in Capelle aan den IJssel, 1976: aantal wo.: 474, opp. winkels:7.600 m2
  • Bellestein in Ede, 1978: aantal wo.: 50, opp. winkels: 6.500 m2
  • Huesmolen in Hoorn, 1978-1980: aantal wo.: 117, opp. winkels: 9.700 m2
  • Het centrum van Almere Haven, 1975-1984: aantal wo.: 780, opp. winkels: 29.000 m2

Bestaand onderzoek naar jaren-70-woonerfwijken besteedt weinig aandacht aan de centra. De centra zijn toe aan onderhoud/ goede toekomstvisie.

Geschiedenis

De tijdsgeest van de jaren-70 heeft geleid tot een grote diversiteit aan stedenbouwkundige structureren, verschijningsvormen en woningplattegronden. De tegenreactie op het monotone bouwen uit de jaren-60 vond op elk schaalniveau plaats. Bij elke laag; buurt, complex, woning; programma werd gezocht naar een verwevenheid van ruimtes en functies. Structuralistische principes werden bedacht om vormgeving terug te brengen naar de menselijke maat. Er werd ontworpen van binnen naar buiten waardoor complexe structuren ontstonden vanuit kleine gemene delers.

Zowel de subsidie voor experimentele woningbouw als maatschappelijke vraag naar woningen voor verschillende doelgroepen hebben een rol gespeeld in de grote diversiteit van de gebouwde omgeving in de jaren-70. Daarnaast hebben een grotere betrokkenheid van bewoners via inspraak en de toevoeging van professionals in sociale wetenschappen in het planningsproces deze ontwikkeling gestimuleerd.

De verregaande standaardisatie, in bouwtechnieken van de jaren-50 en 60, heeft niet geleid tot een standaardisatie in woningplattegronden of centrum ontwerpen. Wel is de materialisering zeer uniform. Het is nog de vraag of dit te wijten is aan te weinig budget, weinig diversiteit in bouwmaterialen of een duidelijke stilistische tijdsgeest.

Het resultaat is een architectuur en stedenbouw met een focus op de menselijke maat. In elk ontwerp zijn collectieve ruimten gemaakt die interactie tussen mensen zouden moeten bevorderen. De materialisatie en verschijningsvorm behoren te refereren naar kleinschalige maar wel stedelijke ruimten.

Onderzochte centra

Veel van de problemen en potenties beschreven in onderzoek naar jaren-70 woonwijken komen ook voor bij de onderzochte jaren-70 centra. Matige materialisering, hoeken en rafelrandjes, in zichzelf gekeerde ontwerpen, onduidelijke scheiding voor- en achterkant en achterstallig onderhoud plagen jaren-70 centra. Daarnaast komen collectieve ruimten en menselijke maat die jaren-70 wijken kenmerkt ook voor.

Uniek voor de onderzochte centra zijn complexe eigendomsverhoudingen, meervoudig grondgebruik, parkeren aan de voorkant/in de openbare ruimte. Het wonen in de onderzochte centra speelt zich af rond collectieve woondekken en ver weg van de straten welke over zijn genomen door de auto. De woningen zijn in de onderzochte centra zeer divers, zo zijn er; eengezinswoningen (dek gebonden), appartementen (2-, 3- 4- en 5- kamer), maisonnettes en Hat-eenheden. De doorloop is hoog en de binding is laag. Er is veel sociale huur.

Winkels zijn ooit bedacht als lokale wijkvoorziening. De verregaande bereikbaarheid van de wijken met de auto zorgt ervoor dat lokale winkels concurrentie ondervinden van nieuwere en grotere winkelcentra aan de periferie van de stad. Winkelplafonds zijn vaak te laag voor moderne winkelinrichting en winkeloppervlaktes te klein voor grote winkels, met name voor supermarkten. Hier bovenop hebben vanwege een economische (vastgoed) crisis en vergrijzing van oorspronkelijke bewoners jaren-70-centra de tijd niet mee.

Eigendomsverhoudingen

Een jaren-70-centrum is een oefening in complexiteit. De onderzochte centra zijn een stapeling van woningen, winkels, parkeren en openbare ruimtes in verschillende configuraties en vormen. Uit de geschiedenis is te achterhalen dat dit nadrukkelijk de bedoeling is geweest. Een menging van functies is gebruikt om de complexiteit van een dorpskern of kleine stad na te bootsen. Een kritiek op de monofunctionaliteit van de functionele stad in gebouwde vorm.

Vernieuwing en onderhoud van deze functionele stapeling gegoten in gewapend beton vraagt om samenwerking en overleg. Overgelaten aan grote woningcorporaties, verre investeringsmaatschappijen en wisselende gemeentelijke belangen is een effectieve samenwerking uitermate lastig en tijdsspanne voor verandering zijn lang. Achterstallig onderhoud is in veel complexen zichtbaar en het is soms onduidelijk wie verantwoordelijk is voor welk onderdeel.

Wederom is het centrum Bellestein in Ede een positief voorbeeld. De vereniging van eigenaren van de koopwoningen en de winkeliersvereniging lijken zich bewust van het feit dat een goede woonomgeving een goede winkelomgeving maakt en vice versa. Incrementele vernieuwingen en onderhoud hebben ervoor gezorgd dat dit centrum aanzienlijk minder verouderd en verloederd eruit ziet.

Oplossingsrichtingen

We hebben groei en krimp scenario's onderzocht. Dit omdat er door een aantal partijen wordt nagedacht over groei, krimp en transformatie als antwoord op de groeiende concurrentie. Uit de oplossingsrichtingen voor de centra komt naar voren dat mogelijkheden voor renovatie in krimp en groei scenario's op verschillende schaalniveaus realiseerbaar zijn. De ruimtelijke ontwerpen die bij de meeste centra voorkomen zijn het afsluiten of privatiseren van de collectieve woondekken, het aanhelen van de centra aan de bestaande wijkstructuur met nieuwbouw (voornamelijk woningbouw), het aanzicht van het winkelcentrum aan de buitenkant brengen of winkels verbouwen tot woningen. Hierbij kan ook worden gedacht aan het renoveren van woningen voor een specifieke doelgroep die profijt heeft van de nabijheid van de functies die bij een centrum gerealiseerd kunnen worden. Bovenstaande ontwerpuitgangspunten geven antwoord op de diagnoses die wij stelden voor de betreffende centra.

Duidelijk mag zijn dat de meeste oplossingsrichtingen hier beschreven samenwerking vereist van gemeenten, corporaties en investeerders en voor modernisering van het woon- en winkelbestand substantiële investeringen nodig zijn. Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn het maken van kleinschalige ingrepen in centra. Bewonersinitiatieven en ondernemingsverenigingen zouden hierbij uitermate geschikt zijn voor een implementatie van deze ingrepen. Met name de restruimten en collectieve ruimten lijken hiervoor geschikt. Bottom-up strategieën als urban farming (ravottuh) en co-creatie (capelse munten) zouden tweeledig kunnen werken; aan de ene kant zorgen ze voor een kleinschalige opwaardering van het centrum en kunnen deze strategieën de saamhorigheid van de bewoners en gebruikers van het centrum vergroten.

Welke van deze ontwerp richtingen succesvol zouden kunnen zijn is niet te bepalen. De respons op het onderzoek bij betrokken partijen is tot nu toe beperkt geweest.

Expertgroep

De voorlopige resultaten van het onderzoek zijn gepresenteerd aan een groep experts op verschillende vakgebieden binnen het onderzoek. Zij hebben gereageerd op een aantal aspecten van het onderzoek.

Uit de discussie komt het spanningsveld tussen woningen en winkels naar boven. De economische belangen van de een kunnen negatief uitpakken voor de ander. Opmerkelijk is dat terwijl winkels voorheen een groter economisch belang hadden het huidige klimaat een grotere rol voor woningen weglegt. Ook is de discussie over alternatieve bestemmingen voor de winkels vruchtbaar. Uit de discussie blijkt wederom dat aansluitingen tussen woningen, winkels, parkeren en openbare ruimte kritiek zijn.

De respons van de expert groep is voornamelijk dat kleinschalige ingrepen de voorkeur hebben. Ook wordt algehele sloop als oplossing geopperd als laatste redmiddel voor de verregaande verwevenheid van jaren-70 centra.

Wat nu…

Duidelijk mag zijn dat jaren-70 centra zowel ruimtelijke als organisatorisch heel complex zijn. De huidige markt voor jaren-70 vastgoed, het actuele overheidsbeleid ten aanzien van bijvoorbeeld woningbouwverenigingen en de algehele crisis bieden nauwelijks investeringsmogelijkheden voor de centra. Een incrementele aanpak zou soelaas kunnen bieden. Het activeren van lokale bewoners en winkeliers zou een bijdrage kunnen leveren aan een rehabilitatie van jaren-70 centra.

De inzet van dit onderzoek was om bijdragen van direct betrokkenen van de geselecteerde centra te gebruiken voor ontwerpend onderzoek en zo gezamenlijk, gedragen toekomstvisies op te stellen. Gebrek aan belangstelling en middelen bij belanghebbenden heeft dit niet mogelijk gemaakt, de gestelde problemen zijn kennelijk niet urgent genoeg voor desbetreffende partijen. Het onderzoek is bijgesteld en meer gericht op generieke waarden van de jaren-70 in een tijdgeest-onderzoek gekoppeld aan tendensen in de huidige samenleving. Met deze kennis zijn verschillende oplossingsrichtingen voorgesteld voor de geselecteerde centra. Deze oplossingsrichtingen tonen aan dat er op allerlei vlakken verbeteringen mogelijk zijn en dat een gezamenlijke inspanning voor alle partijen voordelen biedt. Belanghebbenden van jaren-70-centra kunnen op deze site oplossingsrichtingen gebruiken om een toekomstvisie voor hun centrum op te stellen, uiteraard is dit het meest effectief in samenwerking met bij voorkeur alle andere belanghebbenden uit dat centrum. Deze website bevat een forum waar betrokkenen zich kunnen melden en partners kunnen oproepen samen aan het werk te gaan voor een positieve toekomst voor hun centrum.